Nieuws...

woensdag 13 februari 2013

Statuut voor trainers nog niet voor morgen.

Op korte termijn ziet het er niet naar uit dat er een doorbraak verwacht mag worden in het dossier van een statuut voor de trainers. Dit vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Ulla Werbrouck (LDD) naar aanleiding van haar parlementaire vraag aan minister Muyters. Ulla Werbrouck: “Van de Vlaamse trainers beschikt 60% niet over een sportspecifiek diploma. Indien je streeft naar een professionalisering binnen alle gelederen van de Vlaamse sportwereld dan moeten de randvoorwaarden ook geoptimaliseerd worden. Een statuut voor de trainer betekent een fundamentele hoeksteen voor het professionaliseringsproces.”

In 2008 diende Ulla Werbrouck, toen nog federaal volksvertegenwoordiger, een wetsvoorstel in om te ijveren voor een statuut van de trainer. De sportwereld schreeuwde namelijk al jaren moord en brand voor een volwaardig fiscaal en sociaal rechterlijk betaalbaar statuut voor hun trainers. Personen die naast hun dagdagelijkse hoofdactiviteit, trainer zijn in een sportclub. Ulla Werbrouck: “De officiële loonkost is gewoonweg te hoog waardoor veel trainer in werkelijkheid gewoon uitbetaald worden zonder statuut of zonder officieel ingeschreven te zijn. Volgens de Grote Sportclubenquête 2012 zijn 44% van de Vlaamse trainers onbezoldigde vrijwilligers. 51% ontvangt een vrijwilligersvergoeding en slechts 5% is bezoldigd. Officiële tewerkstelling is bijna onmogelijk en de enigste mogelijkheid om het trainersbestand uit het zwart circuit te halen is openheid. Daarom is er nood aan een statuut voor de trainer, een statuut voor de semi-agorale arbeid in de sport.”
Sinds 2009 blijft Ulla Werbrouck in de Vlaamse parlementscommissie Sport ijveren voor een betaalbaar statuut van de trainer. In ruim 3,5 jaar tijd werd er echter nog steeds geen doorbraak bereikt. Ulla Werbrouck: “Het is allemaal mooi om in verschillende beleidsverklaringen de nood aan een specifiek statuut voor de trainers te onderschrijven, maar wat echt telt zijn beleidsresultaten. In november 2011 poneerde de visienota Sport voor Allen dat er nood was aan een statuut voor de semi-agorale arbeid in de sportsector. Ook in het actieplan Sport voor Allen van 2012 werd dit statuut opgenomen. Tot op heden laat een doorbraak echter op zich wachten. We blijven steken in eindeloos overleg binnen verschillende organen en werkgroepen.”
Het statuut voor de trainer betreft natuurlijk een federale aangelegenheid, terwijl sport een gemeenschapsbevoegdheid is. In 2010 en 2011 bleef dit dossier onbehandeld door de aanslepende federale regeringsonderhandelingen. In juni 2012 vond over deze problematiek enkel een overleg plaats tussen de drie gemeenschapsministers van Sport en werd een brief gericht aan minister Vanackere. Daarin vroegen de ministers om na het zomerreces een overleg te organiseren rond sport en fiscaliteit. Ulla Werbrouck: “Minister Muyters liet recent echter weten dat tot nu toe geen concrete resultaten bewerkstelligd werden in dit dossier. Hij wacht nu op een federale reactie en hoopt dat de besprekingen met de federale kabinetten snel opgestart kunnen worden. De traagheid baart me evenwel zorgen. De sportsector is niet gebaat bij een patstelling in dit dossier. Een statuut dat de officiële tewerkstelling van trainers eindelijk mogelijk maakt, is naar mijn mening onontbeerlijk indien we in Vlaanderen streven naar de professionalisering van sportclubs en –verenigingen. Indien minister Muyters deze professionalisering om korte termijn beoogt, dient hij op federaal niveau de vinger aan de pols te houden!”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen