Nieuws...

donderdag 18 juli 2013

Crowdfunding voor Vlaamse topsporters



Inhoudstafel
0. Samenvatting
1. Situering
2. Crowdfunding
     2.1. Soorten
     2.2. Knelpunten
     2.3. Wetgeving: stand van zaken
     2.4. Fiscale behandeling
     2.5. Verschil met Tax Shelter
3. Crowdfunding in topsport
    3.1. Voordelen
    3.2. Knelpunten
    3.2. Bestaande (buitenlandse) platformen
    3.3. Bijkomende mogelijkheden
*. Bijlage: Ondersteuning Vlaamse overheid topsporters



0. Samenvatting

Het huidige Vlaamse topsportbeleid vertoont enkele grote hiaten. Zo komen sommige Vlaamse topsporters niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking komen voor een contract of subsidies. Vlaanderen verleent immers steun op basis van de erkenning van een sporttak i.p.v. de prestaties van de sporter. Deze aanpak is sportief onzinnig en totaal onproductief. De Vlaamse medaillewinst op internationale toernooien is dan ook navenant. Naar Nederlands succesvol voorbeeld pleiten Vereeck en Werbouck al langer voor steun op basis van de geleverde sportieve prestaties.

Topsport kost veel geld. Daarom moeten naast overheidsmiddelen ook private inkomsten worden aangeboord. In het buitenland lopen al enkele initiatieven rond crowdfunding van topsport. Vereeck en Werbrouck vragen de Vlaamse regering de modaliteiten van een Vlaams crowdfunding-platform voor topsporters uit te werken. Daarbij moet worden vastgelegd voor welke topsporters, onder welke voorwaarden (al dan niet met behoud van subsidies), voor welk bedrag (al dan niet met een plafond en/of prospectus) in welke juridische vorm welk type crowdfunding (al dan niet met een tegenprestatie voor de geldschieter) kan aangewend worden.

De voordelen van een Vlaams crowdfunding-platform is dat crowdfunding geen beslag legt op schaars belastinggeld, dat het brede publiek van particulieren tot ondernemers door kleine financiële bijdragen bij topsport wordt betrokken, dat de overheid een veilige omgeving garandeert voor binnen- en buitenlandse geldschieters waarbij de fondsen effectief worden ingezet voor het gekozen project, en dat de sportieve prestaties meer beloond zullen worden.



1. Situering

In Vlaanderen wordt het topsportbeleid grotendeels bepaald door de Topsporttakkenlijst die decretaal vastgelegd wordt voor de volledige duur van een Olympiade. Recent werd de Topsporttakkenlijst voor de komende Olympiade 2013 – 2016 vastgelegd door de Vlaamse Regering.

De Topsporttakkenlijst heeft verregaande gevolgen. Hij bepaalt namelijk of een sportfederatie in aanmerking komt voor een erkenning als topsportfederatie, en dus facultatieve subsidies topsport kan verwerven. Daarnaast wordt er op basis van de Topsporttakkenlijst ook bepaald of een individuele topsporter al dan niet in aanmerking komt voor een topsportcontract (er bestaan wel een aantal uitzonderingen).

Dat het Vlaams topsportbeleid gevoerd wordt op basis van een Topsporttakkenlijst, heeft verregaande gevolgen voor sommige topsporters die niet tot deze officiële ‘topsporttakken’ behoren. Zo komen bvb. Luca Brecel (snooker), Jean-Pierre Bauwens Junior (boksen), Delfine Persoon (boksen), Kenny Belaeys (trial) en anderen niet in aanmerking voor de verschillende topsportsubsidies van de Vlaamse overheid omdat hun sporttak niet voorkomt op de Topsporttakkenlijst én er dus ook geen topsportfederatie is.

Andere topsporters komen dan weer enkel in aanmerking voor subsidies ter financiering van het sportief programma, bvb. een onkostenvergoeding voor bepaalde stage- en trainingskosten. Bvb. Bart Swings, recent derde op het WK all round schaatsen, krijgt enkel middelen van BLOSO om bepaalde kosten m.b.t. stages en trainingen te betalen. Hij heeft geen fulltime tewerkstellingscontract bij BLOSO, moet in het buitenland trainen wegens het ontbreken van een 400m ijspiste in Vlaanderen en heeft slechts beperkte middelen om een trainer te betalen voor meer dan 30 dagen. Jasper Aerents (zwemmer) plaatste zich voor de finale op de Olympische Spelen met de 4x100m ploeg. Hij krijgt enkel een maandelijkse onkostenvergoeding van 450 euro.

Ulla Werbrouck heeft zich in het verleden steeds gekant tegen een topsportbeleid op basis van de beoefende sporttak i.p.v. de sportieve prestaties. Ons standpunt is klaar en duidelijk: een sporter die grote sportieve prestaties neerzet, moet, ongeacht de sporttak, in aanmerking komen voor financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid wanneer de financiële situatie van de sporter ertoe noopt.

Werbrouck deed al een aantal voorstellen om deze scheefgegroeide situatie te remediëren, zoals (1) de afschaffing van de Topsporttakkenlijst, (2) verstrengde sportieve voorwaarden voor het verlenen van een topsportcontract en (3) de loskoppeling van de topsporters van de sportfederaties. De Vlaamse minister van sport Philippe Muyters heeft daar echter geen oren naar. Hij continueert het huidige beleid voor de komende Olympiade, dat gestoeld is op de Topsporttakkenlijst 2013-2016.

Naast publieke middelen kunnen topsporters natuurlijk ook op zoek gaan naar private middelen zoals sponsoring. In het huidige economische klimaat zijn de sponsors echter dungezaaid. Voor vele topsporters, i.h.b. nieuwe sporttalenten, is het daarom moeilijk om grote en minder grote sponsors te vinden. Bovendien is ook de fiscus de laatste jaren veel strenger geworden m.b.t. de uitgaven aan sponsoring. Normaal levert sponsoring een fiscaal voordeel op omdat het bedrag 100% fiscaal aftrekbaar is. De fiscus kan echter kennelijk onredelijke sponsoringuitgaven verwerpen die op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen. De fiscus kan ook de sponsoringuitgaven die geen of onvoldoende directe return genereren, verwerpen indien de return niet evenredig is met de grootte van het sponsoringbedrag. Doordat de fiscus de laatste jaren steeds strenger hier tegen optreedt, worden eventuele sponsors systematisch afgeschrikt.

Het feit dat veel sporters het financieel moeilijk hebben is niet nieuw. En ondanks onze fundamentele kritiek op het huidige Vlaamse topsportbeleid, is het ook niet correct om enkel en alleen naar de Vlaamse overheid te kijken als financier van topsport. Vlaanderen moet initiatieven nemen om de private sector en de samenleving nauwer te betrekken bij de topsport. Vlaanderen moet durven innoveren.

Daarom deden Vereeck en Werbrouck vorig jaar het voorstel om een Tax Shelter voor individuele sporters in te voeren, waardoor private investeringen in individuele topsporters onder fiscaal gunstige voorwaarden worden aangemoedigd. Enkel Vlaamse topsporters die nog niet door de Vlaamse Gemeenschap ondersteund worden (noch topsportcontract, noch aanvullende subsidies) en die ook geen profsporter zijn, komen hiervoor in aanmerking. Naar analogie met de Tax Shelter voor audiovisuele producties kan de investerende vennootschap een vrijstelling krijgen van haar belastbare gereserveerde winst tot 150% van de sommen die ter beschikking van de topsporter gesteld werden. De Tax Shelter is een mogelijke maatregel op federaal niveau.

In deze nota doen Vereeck en Werbrouck een nieuw voorstel op Vlaams niveau, namelijk crowdfunding. Volgens ons kan crowdfunding een oplossing bieden voor de financieringsproblemen van een aantal topsporters.



Reactie Ulla Werbrouck:

“In Vlaanderen worden enkel die topsporters ondersteund die een sport beoefenen die opgenomen is in de Topsporttakkenlijst. Hierdoor vallen een aantal topsporters uit de mand. Ik kant mij al jaren tegen de foute filosofie van het Vlaamse topsportbeleid en de ongelijke behandeling van topsporters. Het Vlaams topsportbeleid is immers gebaseerd op de sportieve obediëntie in plaats van de sportieve prestaties, wat het enige relevante criterium is. Ik ben van mening dat iedere echte topsporter financiële ondersteuning kan krijgen wanneer hij de nodige sportieve prestaties levert (ongeacht de sporttak) en wanneer de financiële toestand van de sporter ertoe noopt. Bovendien moeten topsporters los van de sportfederaties worden ondersteund.”

Reactie Lode Vereeck:

“Maar de topsporter mag niet enkel en alleen naar de Vlaamse overheid kijken als financier van zijn sportactiviteiten. Ook de private sector en de hele samenleving kunnen (en moeten) hierin een rol spelen. Al geef ik grif toe dat wij In Vlaanderen deze traditie minder kennen dan in Nederland waar het bedrijfsleven veel nauwer betrokken is bij de topsport. Om alle Vlamingen nog nauwer te betrekken bij de topsport, zullen wij de Vlaamse Regering vragen om een crowdfunding-systeem uit te werken dat een oplossing kan bieden voor de financiële problemen van topsporters die nu uit de boot van het reguliere topsportbeleid vallen. Daarbij moeten we het warm water niet terug uitvinden, want er bestaan al heel wat internationale voorbeelden.”




2. Crowdfunding



2.1. Soorten

Crowdfunding betekent dat een grote massa (crowd) geldschieters[1] bereid zijn om kleine bedragen te doneren of investeren in bepaalde projecten waarbij ze zich nauw betrokken voelen. Kenmerkend is dat het hier meestal over kleine bijdragen gaat. Particuliere geldschieters kunnen zelf kiezen welk bedrag ze inleggen. In ruil voor hun investering verkrijgen ze in veel gevallen een tegenprestatie.

Er zijn verschillende soorten crowdfunding:

·         Donatiegebaseerde crowdfunding (giften): de geldschieters schenken een bedrag zonder enige vergoeding of andere vorm van beloning.

·         Beloningsgebaseerde crowdfunding (sponsoring): de geldschieters ontvangen slechts een kleine financiële, maar meestal materiele of immateriële tegenprestatie.

·         Leninggebaseerde crowdfunding (vreemd vermogen): de geldschieters krijgen een periodieke vergoeding voor hun inleg, waardoor ze uiteindelijk het ingelegde bedrag terugverdienen.

·         Aandelengebaseerde crowdfunding (eigen vermogen): de geldschieters ontvangen een financiële tegenprestatie voor hun investering.

Crowdfunding wordt vaak georganiseerd via het internet. Om geld op te halen bij het publiek, stelt de initiatiefnemer zijn specifiek project voor en vermeldt hij het benodigde totaalbedrag voor de verwezenlijking van het project. Zoals gezegd, is de achterliggende bedoeling dat velen een klein bedrag investeren en gezamenlijk het project financieren.

Crowdfunding wordt nu al gebruikt om startkapitaal aan te trekken voor de opstart van een bedrijf (in ruil voor aandelen) of voor de opname van een cd door een fanclub van een zanger/band (evt. met deelname in de winst). De projecten die gefinancierd kunnen worden via crowdfunding, zijn zeer uiteenlopend van aard. In Nederland onderzoekt Blanco Pro Cycling, de opvolger van de Rabobankploeg, of het wielerteam in 2014 d.m.v. crowdfunding in het peloton actief kan blijven.[2]

In de Beleidsbrief Economie 2012–2013 haalt minister-president Kris Peeters het systeem van crowdfunding aan: “Vooral binnen een aantal creatieve sectoren ontstonden er de voorbije jaren interessante experimenten met crowdfunding. In het buitenland is deze financieringsvorm al enigszins uitgebouwd als een reguliere wijze van financieren van ondernemerschap. Het Agentschap Ondernemen zal in het najaar van 2012 nagaan welke rol crowdfunding kan vervullen voor de financiering van startende en groeiende bedrijven in alle economische sectoren, maar ook met specifieke aandacht voor de creatieve sectoren. Specifieke aandacht zal gaan naar de complementariteit of afstemming met al bestaande maatregelen zoals de winwinlening en de waarborgregeling.”

Volgens de jongste KMO-barometer hebben ook Vlaamse ondernemers interesse in crowdfunding. Ze denken dat dit een valabele vorm van bedrijfsfinanciering kan zijn, nu banken de kredietkraan meer en meer dichtdraaien. De belangstelling vertaalt zich echter nog niet in concrete actie. Slechts 0,3% van de ondernemers heeft al gebruik gemaakt van crowdfunding.[3]



2.2. Knelpunten

In tegenstelling tot andere landen, is het wettelijke kader in België nog niet aangepast aan de noden voor crowdfunding. In ons land mogen alleen erkende financiële instellingen een beroep doen op het publiek om terugbetaalbare gelden te ontvangen. Indien het om beleggingsinstrumenten zoals aandelen of obligaties gaat, moeten ze daarvoor een prospectus[4] opstellen (op basis van de zogenaamde ‘Prospectuswet’ van 16 juni 2006). Een project wordt van die prospectusplicht ontheven wanneer het om bedragen onder 100.000 euro gaat.[5] Boven 100.000 euro wordt het project beschouwd als een financiële instelling die ‘beroep doet op het openbaar spaarwezen’ en moet een prospectus opgesteld worden om de geldschieter te informeren en (een deel van) de informatieasymmetrie op te heffen.

Het opmaken van een prospectus brengt veel administratieve lasten met zich mee. Zo heeft 2houses, een webplatform voor co-ouderschap, een prospectus van 85 pagina’s moeten publiceren om haar crowdfunding-project te kunnen uitvoeren.[6] Er kan in België dus wel al 100.000 euro via crowdfunding opgehaald worden zonder al te veel administratieve rompslomp.

Naast de mogelijke prospectusplicht bestaat voor de crowdfunding-platformen ook het gevaar dat ze als beleggingsonderneming beschouwd worden in de zin van de wet van 6 april 1995. Wanneer dat het geval is, hebben de platformen een vergunning nodig als beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Deze vergunning moet afgeleverd worden door de financiële waakhond FSMA[7].

Bovendien mogen de private geldschieters ook maar beperkte, kleine bedragen storten en alles moet op een aparte rekening staan die specifiek als doel heeft het project te ondersteunen. Daardoor is er weinig ruimte in België om grote ideeën te realiseren via crowdfunding. Volgens De Keyser, oprichter van Appsfunder[8], loopt België hier achter.[9]

Om meer projecten in aanmerking te laten komen, moet het plafond van 100.000 euro worden opgetrokken tot 1 miljoen euro. Hierbij zal het belangrijk zijn om garanties te voorzien voor de geldschieters. Deze garantie is voorzien in artikel 4 van de Bankwet. Degene die gelden van het publiek ontvangt, kan er niet vrij over beschikken. Ofwel moet het geld teruggestort worden aan de betrokken geldschieter, ofwel doorgestort met het oog op de uitvoering van het project. Bovendien moet de FSMA een degelijk evaluatiesysteem ontwikkelen, dat een minimale veiligheid van de geldschieters garandeert. De geldschieter moet er namelijk zeker van kunnen zijn dat zijn geld effectief geïnvesteerd wordt in het beoogde project.

Crowdfunding houdt ook bepaalde risico’s in voor de geldschieters. Het is belangrijk om te weten of  de initiatiefnemer onder toezicht van de FSMA of de Nationale Bank van België (NBB) staat. Is dat niet het geval, dan wordt ook geen voorafgaand toezicht uitgeoefend op de gepubliceerde informatie. Wanneer de initiatiefnemer een door de FSMA goedgekeurde prospectus heeft gepubliceerd, kan de geldschieter daarin nagaan wat de mogelijke risico’s zijn. Ook de gekozen juridische vorm van het crowdfundingproject bepaalt welke wettelijke regels van toepassing zijn. Hierdoor verschilt het beschermingsniveau van de geldschieters bij crowdfunding sterk.[10]



2.3. Wetgeving: stand van zaken

Zoals vermeld, beschikt België momenteel niet over een aangepast wettelijk kader voor crowdfunding. Wel heeft de FSMA op 12 juli 2012 een ‘reglementair kader voor crowdfunding’ uitgewerkt, waarin een overzicht wordt gegeven van de wetgeving die van toepassing kan zijn op een crowdfunding-initiatief:

·         Wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (zogenaamde Prospectuswet), in het bijzonder artikel 68bis van deze wet.

·         Wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de belegginsondernemingen.

·         Wet van 21 december 2009 betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen.

Deze wetten kunnen, maar moeten niet van toepassing zijn op een crowdfunding-initiatief. Binnen de sector klinkt dan ook de vraag naar een aangepast, specifiek wetgevend kader voor crowdfunding steeds luider.

Er zijn al enkele wetsvoorstellen aangekondigd, maar nog niet ingediend. In Vlaanderen worden op korte termijn geen regelgevende aanpassingen voorzien.[11]



2.4. Fiscale behandeling

Crowdfunding-platformen halen geld op bij vele geldschieters die kleine bedragen aan/in een bepaald project willen doneren of investeren. Wanneer het benodigde bedrag, of een percentage daarvan, opgehaald is, wordt dit bedrag doorgestort aan de begunstigde van het project.

Crowdfunding verschilt fiscaal niet van reguliere financiering. Crowdfunding is een alternatieve financieringstechniek die als dusdanig belast wordt.  De fiscale behandeling is dus afhankelijk van het type crowdfunding. Wanneer er sprake is van sponsoring[12] of giften, dan maken de inkomsten in beginsel deel uit van het belastbaar resultaat van de begunstigde en de uitgaven zijn fiscaal aftrekbaar. Wanneer er sprake is van aandelengebaseerde of leninggebaseerde crowdfunding, dan wordt dit door de fiscus aanschouwd als eigen of vreemd vermogen, en als kapitaal behandeld.



2.5. Verschil Tax Shelter

In het voorjaar van 2012 lanceerden Vereeck en Werbrouck het voorstel om op federaal niveau een Tax Shelter mogelijk te maken voor rechtstreekse financiële steun aan een topsporter die niet of onvoldoende in aanmerking komt voor financiële ondersteuning door de Vlaamse Gemeenschap[13]. Ons voorstel had de bedoeling om de private investeringen in topsporters te stimuleren door het fiscaal aantrekkelijker te maken. De Tax Shelter is een fiscale gunstmaatregel waarbij de investerende vennootschap een vrijstelling in de belastbare gereserveerde winst zou kunnen genieten van max. 150% van de geleverde investering, mits voldaan wordt aan de geldende voorwaarden. Dit fiscaal voordeel kan mogelijk gemaakt worden via een wijziging van artikel 194ter en artikel 416, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. De wet van 17 mei 2004 tot wijziging van het artikel 194ter maakte bijvoorbeeld de Tax Shelter t.g.v. audiovisuele producties mogelijk.



Reactie Lode Vereeck:

“Crowdfunding staat in Vlaanderen nog in zijn kinderschoenen. Zolang er geen specifiek wettelijk kader is, blijven de bestaande wetten van kracht voor het aantrekken van gelden. Die zijn niet echt geschikt voor een kleinschalig systeem dat als bedoeling heeft om kleine bedragen van vele geldschieters voor een specifiek project te verzamelen. Zo is er o.a. het plafond van 100.000 euro dat per project wordt opgelegd. Fiscaal stellen zich minder problemen omdat crowdfunding behandeld zal worden zoals elke andere financieringsvorm (giften, sponsoring, leningen, aandelen). Alhoewel crowdfunding nu al mogelijk is, dringt een aangepast wettelijk kader zich op.”



3. Crowdfunding in topsport

In Vlaanderen kijkt de sportwereld veelal naar de (Vlaamse) overheid als geldschieter voor individuele topsporters, in tegenstelling tot in Nederland waar het bedrijfsleven veel nauwer betrokken is. Private sponsoring is wel goed ingeburgerd in ploegsporten zoals voetbal, wielrennen en basketbal. Maar het aantrekken van private middelen, zowel van particulieren als van ondernemingen, voor individuele topsporters staat in Vlaanderen nog in de kinderschoenen.

3.1. Voordelen

Omdat enerzijds de Vlaamse overheid een aantal topsporters in de kou laat staan en omdat anderzijds de middelen van de overheid beperkt zijn, moeten we in Vlaanderen dus ook durven kijken naar nieuwe financieringsvormen en –modellen zoals crowdfunding. Met een dergelijk financieringsmodel wordt de hele Vlaamse samenleving nog nauwer betrokken bij de topsport. Er bestaan reeds crowdfunding-platformen voor topsport in het buitenland.

Gelet op het ontbreken van een duidelijk wetgevend kader én het feit dat er op dit moment in Vlaanderen geen enkel privaat crowdfunding-initiatief voor topsporters bestaat, is er sprake van rechtsonzekerheid voor geldschieters en topsporters. Vereeck en Werbrouck stellen voor dat de Vlaamse Regering een eerste crowdfunding-platform voor topsporters opzet.

Daartoe moet onderzocht worden (1) onder welke financiële en juridische voorwaarden crowdfunding kan ingezet worden als financieringsmiddel voor topsport in Vlaanderen en (2) onder welke voorwaarden welke topsporters gebruik kunnen maken van crowdfunding (bvb. al dan niet met behoud van subsidies).



De specifieke voordelen zijn:

·         Een Vlaams platform biedt (eindelijk) de mogelijkheid voor topsporters om beroep te doen op crowdfunding;

·         De Vlaamse overheid levert de garantie (zekerheid) dat de fondsen van de geldschieters binnen een veilige omgeving worden ingezet voor het geprefereerd project van de geldschieters;

·         Crowdfunding leg geen beslag op schaars belastingsgeld;

·         Een Vlaams crowdfunding-platform voor topsporters kan op termijn worden opengetrokken naar andere domeinen zoals cultuur, ondernemen of topsportinfrastructuur;

·         Een crowdfunding-platform staat ook open voor buitenlandse geldschieters.[14] Ook zij zullen de Vlaamse overheidsgarantie naar waarde schatten.

Bijkomende algemene voordelen zijn:

·         Crowdfunding openbaart het maatschappelijk belang veel meer dan een arbitraire Topsporttakkenlijst. Indien een sporter (een groot deel van) het vooropgestelde bedrag kan ophalen, dan wijst dit op de interesse vanuit de samenleving.

·         Een crowdfunding-platform betrekt de hele samenleving nauwer bij het topsportgebeuren via kleine bijdragen van het brede publiek van particulieren en ondernemers.

·         Crowdfunding biedt dus meer mogelijkheden en heeft een veel groter bereik dan traditionele sponsoring. Maar crowdfunding staat het aantrekken van reguliere sponsors ook niet in de weg.

3.2. Knelpunten

In het kader van de oprichting van dit platform moet de Vlaamse Regering[15] onderzoeken en bepalen welke individuele topsporters onder welke voorwaarden welk bedrag kunnen gebruiken ter financiering van hun topsport:

·         Wie? Welke sporters mogen gebruik maken van crowdfunding?

o   Enkel topsporters die op geen enkele manier ondersteund worden door de Vlaamse overheid (bvb. Luca Brecel)?

o   Of ook topsporters die enkel in aanmerking komen voor aanvullende topsportsubsidies en die het financieel moeilijk hebben (bvb. Bart Swings)?

o   Of ook topsporters die een topsportcontract hebben en aanvullende topsportsubsidies ontvangen?

o   ...

·         Hoe?

o   Wat is de juridische vorm van het crowdfunding-platform?

o   Welke beheerders moeten er aangesteld worden?

o   Welke procedures moeten geldschieters volgen?

o   Ontvangen de geldschieters een tegenprestatie of niet, c.q. wat is de fiscale behandeling?

o   Is er een maximumbedrag per geldschieter?

o   Is er een maximumbedrag per ontvangende topsporter?

o   ...

3.3. Bestaande (buitenlandse) platformen

Er bestaan in het buitenland al een aantal voorbeelden van crowdfunding-platformen:

·         Sportfunder (www.sportfunder.com)

“Sportfunder” is een internationaal crowdfunding-platform dat speciaal ontwikkeld werd om financiële middelen voor sportgerelateerde projecten in te zamelen. Het platform van Sportfunder verbindt amateursporters, professionele sporters, scholen, teams, enz. met fans en sportgeïnteresseerden om zo financiële middelen te vinden. Op Sportfunder staan momenteel een tiental projecten, waarvan sommige succesvol zijn en andere niet.

·         Sportdelen (www.sportdelen.nl)

“Sportdelen” is een privaat initiatief en wordt ondersteund door Arko Sports Media. Sportdelen wil de kennis, expertise en geld verzamelen voor goede ideeën en ambitieuze dromen op het gebied van sport en bewegen.  Op Sportdelen staan momenteel een vijftal projecten. Volgens de initiatiefnemers is het intiatief gestoeld op de mogelijkheden die ontstaan in een veranderende wereld van open internet en sociale media en op hun geloof dat open innovatie vele malen effectiever is dan besloten innovatie.

·         Wij Zijn Sport (www.wijzijnsport.nl)

“Wij Zijn Sport” is een Nederlands platform dat werd gelanceerd in februari 2013. Volgens de initiatiefnemers biedt crowdfunding een aantal voordelen: het boort nieuwe geldstromen aan naast de NOC*NSF topsportregeling en de sponsorgelden; het bevordert het ondernemerschap van sporters en biedt een gelijk speelveld voor álle topsporters, valide en invalide. Het initiatief wil alle sporters dezelfde mogelijkheden bieden om hun sportieve droom te verwezenlijken. Daarin staan het ondernemerschap van de sporter én de betrokkenheid van sportliefhebbers bij hun helden centraal. Uit een peiling van RTL Nieuws tijdens de Olympische Spelen in London’12 bleek dat 40% van de Nederlanders bereid is om topsporters mee te willen steunen.



3.4. Bijkomende mogelijkheden

Om de gekende financieringsproblemen van onze Vlaamse topsporters te helpen oplossen, is het prioritair gewenst dat de Vlaamse overheid een crowdfunding-platform opzet voor projecten in individuele topsporters.  De specifieke bepalingen moeten worden vastgelegd worden op basis van het onderzoek van de Vlaamse Regering,.

Maar het platform kan op langere termijn ook andere doelen binnen het topsportbeleid dienen, zoals investeringen in de topsportinfrastructuur. In Vlaanderen zijn er grote noden inzake topsportinfrastructuur, zoals bvb. een tweede overdekte wielerpiste. Maar sinds het begin van de legislatuur werden hierin bijna geen middelen geïnvesteerd. De achterstand heeft zich dus opgestapeld en anno 2013 heeft Vlaanderen een éénmalig potje van 10 miljoen euro ter beschikking om te investeren in topsportinfrastructuur. Dat zijn slechts overjaarse borrelnootjes. Het is te weinig en te laat voor de voorbereiding van Rio’16.

Indien het plafond voor crowdfunding opgetrokken wordt naar 1 miljoen euro, dan kan crowdfunding ook een mogelijkheid bieden voor investeringen in topsportinfrastructuurprojecten.



Reactie Ulla Werbrouck:

“Topsport kost veel geld. Het zou niet correct zijn als de factuur automatisch en volledig wordt doorgeschoven naar de overheid. Topsporters moeten ook op zoek naar private middelen. Dat gaat van de klassieke sponsoring tot het nieuwe crowdfunding. In het buitenland lopen al enkele initiatieven. Wij vragen de Vlaamse regering om de modaliteiten van een Vlaams crowdfunding-platform voor topsporters uit te werken. Daarbij moet in de allereerste plaats worden onderzocht welke topsporters in aanmerking komen. Is het enkel toegankelijk voor topsporters die totaal geen steun van de Vlaamse overheid ontvangen, of is het combineerbaar met de aanvullende subsidies van BLOSO? En voor welk bedrag mag een topsporter gesteund worden door een crowdfund?”

Reactie Lode Vereeck:

“Vele kleintjes maken één groot. Dat is het principe van crowdfunding, waarin een grote groep geldschieters kleine bedragen storten. De voordelen van een Vlaams crowdfunding-platform zijn dat er nieuwe inkomstenbronnen worden aangeboord voor topsport zonder aan de Vlaamse begroting te raken. Een Vlaams initiatief zal ook de onzekerheid en koudwatervrees wegnemen die er bestaat door het ontbreken van een specifiek wettelijk kader. Daardoor kan het brede publiek, particulieren en ondernemers, op een veilige manier haar steentje bijdragen tot het succes van Vlaamse topsporters. Crowdfunding zorgt voor een grotere betrokkenheid van de ganse samenleving bij topsport. Op die manier zullen topsporters die glansprestaties neerzetten, ook beloond worden. En niet omdat hun sport toevallig op een lijst staat.”




BIJLAGE: Ondersteuning Vlaamse overheid topsporters



·         Topsportcontract en aanvullende subsidies topsport:

De sporttak staat op de topsporttakkenlijst en er is een topsportfederatie.



o   Tia Hellebaut (atletiek)

o   Pieter Timmers (zwemmen)



·         Uitzondering topsportcontract en aanvullende subsidies topsport

Olympische sporttak die niet op de topsporttakkenlijst staat en waarbij er geen topsportfederatie is, maar wel een sportfederatie met een doorgedreven topsportwerking.



o   Tom Goegebeur (gewichtheffen)

o   Jorik Hendrickx (kunstschaatsen)

o   Pieter Gysel en Wim De Deyne (beiden shorttrack in het verleden)

o   Kevin Van Der Perren (kunstschaatsen in het verleden)



·         Enkel aanvullende subsidies topsport

Sporttak staat niet op de topsporttakkenlijst, maar is wel aangesloten bij een topsportfederatie.



o   Seppe Smits kon vroeger van dit voordeel genieten toen hij nog niet in aanmerking kwam voor een topsportcontract. Smits blonk uit in slopestyle, maar omdat enkel Big Air en Half Pipe opgenomen waren, kon hij geen contract krijgen, maar enkel aanvullende topsportsubsidies omdat Smits aangesloten is bij de erkende topsportfederatie Ski en Snowboard. Nu heeft hij een topsportcontract omdat hij ook mooie resultaten neerzet in de discipline Big Air.



Overzicht 26 topsportcontracten BLOSO (d.d. 21/05/2013)



Katrien Aerts: Ski: freestyle

Sara Aerts: Atletiek: zevenkamp

Svetlana Bolshakova: Atletiek: hinkstapspringen

Kris Bosmans: G-sport: wielrennen klasse C3

Michael Bultheel: Atletiek: 400m horden

Olivier Cauwenbergh: Kajak: K2 1.000m

Moreno De Pauw: Baanwielrennen: Olympische disciplines

Sven Decaesstecker: G-sport: zwemmen 200m wisselslag klasse S10

Jeroen Devroe: Paardrijden: dressuur

Karin Donckers: Paardrijden: eventing

Tom Goegebeur: Gewichtheffen

Jorik Hendrickx: Kunstschaatsen

Ilse Heylen: Judo

Hanna Mariën: Bobslee: tweemansbob

Laurens Pannecoucke: Kajak: K2 1.000m

Amelie Rosseneu: Judo

Seppe Smits: Snowboard: slopestyle

Pieter Timmers: Zwemmen: 100m en 200m vrije slag

Hans van Alphen: Atletiek: tienkamp

Seppe Van Holsbeke: Schermen: sabel

Sanne Van Overberghe: Acrobatische gymnastiek

Dirk Van Tichelt: Judo

Nicolas Vleeshouwers: Gymnastiek: acrogymnastiek gemengd paar

Eva Willemarck: Bobslee: tweemansbob

Elfje Willemsen: Bobslee: tweemansbob

Rob Woestenborgs: Duatlon



Overzicht 25 topsportcontracten Departement CJSM – Wielerploeg Topsport Vlaanderen



Jasper De Buyst, Sander Helven, Yves Lampaert, Thomas Sprengers,  Kenneth Vanbilsen, Sander Armée, Dominique Cornu, Tim Declercq, Kevin De Jonghe, Kenny De Ketele, Laurens De Vreese, Pieter Jacobs, Eliot Lietaer, Tim Mertens, Stijn Neirynck, Jarl Salomein, Tom Van Asbroeck, Preben Van Hecke, Gijs Van Hoecke, Michael Van Staeyen, Sven Vandousselaere, Arthur Vanoverberghe, Pieter Vanspeybrouck, Jelle Wallays en Zico Waeyten.



Overzicht 11 topsportcontracten Departement CJSM – Atletiek Vlaanderen



Almensh Belete (100%), Lindsey De Grande (60%), Jeroen D’hoedt (60%), Koen Naert (60%), Stef Vanhaeren (60%), Dario De Borger (van 60 naar 80%) en Thomas Van der Plaetsen (via Bloso 80%). Nieuwkomers in het team 2013: Bashir Abdi (100%), Axelle Dauwens (60%), Hanne Claes (60%) en Pieter-Jan Hannes (60%).



______________________





[1] Onder geldschieter wordt verstaan een donateur of investeerder.

[2] De Morgen, 14 december 2012, p. 22.

[3] De Standaard, 2 april 2013, p. 22.

[4] In een prospectus wordt het project waarvoor de initiatiefnemer geld ophaalt, toegelicht. Het bevat informatie over de initiatiefnemer en de juridische vorm waaronder de geldschieter investeert in het project. De FSMA gaat na of de prospectus volledig en begrijpelijk is opgesteld. De prospectus moet de geldschieter helpen bij het nemen van zijn beslissing om al dan niet geld in het project te investeren.

[5] Simon Van Dorpe , België maakt zich op voor crowdfunding, Financial Director’s Magazine, juni 2012, p. 31.

[6] De Standaard, 2 april 2013, p. 22.

[7] Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.

[8] Appsfunder staat jonge app-ontwikkelaars bij om een startkapitaal op te halen via het internet.

[9] Pieter Houben, Amerika vereenvoudigt crowdfunding, 28 maart 2012, raadpleegbaar op: http://www.zdnet.be/internet/137789/amerika-vereenvoudigt-crowdfunding/


[11] Bisnota Bankenplan Vlaamse Regering, p. 12.

[12] In geval van sponsoring kunnen de kosten (affiches, …) uiteraard fiscaal in mindering worden gebracht.

[13] De Tax Shelter zou logischerwijze niet van toepassing zijn voor beroepssporters, zoals profvoetballers, proftennissers, e.d.

[14] Een Australische of Zuid-Afrikaanse snookerliefhebber kan dus ook investeren in een toptalent als Luca Brecel.


[15] Vlaams minister van Economie Kris Peeters, Vlaams minister van Economisch Overheidsinstrumentarium Ingrid Lieten en Vlaams minister van Sport Philippe Muyters.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen