Nieuws...

dinsdag 26 november 2013

Scheeftrekking tussen investeringen Vlaanderen in lokale en bovenlokale sportinfrastructuur


“De Vlaamse overheid voert een sportinfrastructuurbeleid. Hierbij legt het subsidiariteitsbeginsel een duidelijke taakverdeling vast tussen de Vlaamse overheid en de lokale overheden m.b.t. de sportinfrastructuur. Zo worden de lokale overheden verondersteld te investeren in de lokale sportinfrastructuur, de Vlaamse overheid in de bovenlokale of topsportinfrastructuur.

Vanuit een schriftelijke antwoord van de minister weet ik dat tot op heden de Vlaamse overheid slechts € 740.000 uitgetrokken heeft in het kader van bovenlokale sportinfrastructuur. Dit beperkt investeringsbedrag voor bovenlokale sportinfrastructuur staat in schril contrast met de middelen die deze Vlaamse overheid reeds voorzien heeft inzake lokale sportinfrastructuur. Voor de subsidiëring van lokale sportinfrastructuur werd namelijk al € 10.979.989 uitgetrokken. Ook de Vlaamse Sportraad (o.a. advies van 11/04/2013) hekelde in het verleden reeds meermaals het feit dat de Vlaamse overheid in deze legislatuur nauwelijks in bovenlokale sportinfrastructuur investeerde, maar tegelijkertijd wel de lokale toer opging, dewelke absoluut niet haar corebusiness is.


Het stemt me dan ook enigszins tevreden dat de minister zich nu eindelijk bezig houdt met één van zijn belangrijke taken in het Vlaams sportinfrastructuurbeleid. Want in tegenstelling tot de lokale sportinfrastructuur, is het wel duidelijk dat de minister de afgelopen jaren de bovenlokale sportinfrastructuur in de kou heeft laten staan. De noden aan extra zwembaden zijn reëel en precair en Vlaanderen heeft nog andere behoeften en noden zoals bijvoorbeeld een mogelijke tweede overdekte wielerpiste, een ijsschaatspiste, enzovoort.

Dat de minister de regisseurrol in handen legt van de provinciebesturen wordt door mij geenszins op gejuich onthaald. De Vlaamse overheid moet in overleg met de relevante partners zelf de beslissingen nemen en de regie in handen nemen en niet de hete aardappel doorschuiven naar de provincies. Hopelijk nemen de provinciebesturen hun taak ietwat meer ter harte dan in het dossier van de terreinen voor lawaaihinderlijke sporten, waar de provincies gedurende meer dan tien jaar de regisseurrol in handen hadden en waarbij dit tot geen enkel tastbaar resultaat geleid heeft.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen