Nieuws...

dinsdag 12 november 2013

Tijdelijke crossterreinen zijn slechts zoethoudertje voor noodlijdende sector.


De Vlaamse Regering keurde vandaag, op voorstel van Vlaams minister van Sport en Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters, de nota ‘Zoektocht naar terreinen voor hinderlijke sporten’ goed. Er zullen vier tijdelijke motorcrossterreinen gerealiseerd worden in de havengebieden van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen. Van de aanduiding van nieuwe gereglementeerde terreinen is geen sprake. Vlaams volksvertegenwoordiger Ulla Werbrouck: “De tijdelijke terreinen zijn een zinvolle tussenstap voor de sector, maar zullen allerminst een revival van de sector inluiden. Deze sector heeft absoluut nood aan gereglementeerde (permanente) oefenterreinen.”

In 1990 beschikte Vlaanderen nog 103 permanente motorcrossterreinen. Sinds de invoering van de VLAREM-wetgeving verminderde het aantal terreinen zienderogen. De politiek zag zich in 2002 dan ook genoodzaakt om in te grijpen. Er werd besloten om minimaal 12 en maximaal 15 locaties voor lawaaihinderlijke sporten te voorzien. Van dit alles is niet veel in huis gekomen, getuige de anno ’13 slechts 4 overgebleven Vlaamse omlopen. In 2009 laaide de hoop binnen de sector weer op. Één minister ontving de bevoegdheden Ruimtelijke Ordening en Sport. Een unieke kans om een momentum te creëren. Ulla Werbrouck: “De plotse opstoot van hoop in de sector verdween als sneeuw voor de zon toen bleek dat minister Muyters de hete aardappel wederom doorschoof naar de provincies. Een werkwijze die in het verleden al onsuccesvol toegepast werd. Ik vraag minister Muyters dan ook al sinds 2009, middels een voorstel van resolutie, om vanuit Vlaanderen het heft in handen te nemen in deze complexe materie waar het m.i. onmogelijk is om via de provincies tot een consensus te komen.”

 

Na vijf jaar provinciale onderzoekrondjes en overlegmomenten was het vandaag de D-day voor de motorcrosssector omdat eindelijk de conceptnota op de agenda van de ministerraad stond. Het uiteindelijke resultaat is dat er vier tijdelijke crossterreinen gerealiseerd zullen worden in de havengebieden van Oostende, Zeebrugge, Gent en Antwerpen. Deze tijdelijke terreinen zouden tot dertig jaar kunnen blijven bestaan, maar tegelijkertijd ook van de ene op de andere dag verdwijnen wanneer de bestemming van het havengebied gerealiseerd wordt. In de provincie Antwerpen zullen een aantal onderzoeken plaatsvinden naar tijdelijke omlopen en minstens één nieuw gereglementeerd terrein.
 
Ulla Werbrouck vindt de uitkomst van de conceptnota niet hoopgevend. Ulla Werbrouck: “Het realiseren van tijdelijke terreinen is zinvol als een tussenstap. De tijdelijke terreinen biedt de sector echter geen zekerheid omdat de terreinen misschien voor lange tijd gebruikt kunnen worden maar aan de andere kant ook van de ene op de andere dag gesloten kunnen worden. Ook een meerderheidspartij heeft vorig jaar laten weten dat we niet al onze hoop bij deze tijdelijke terreinen moesten leggen. Bovendien zijn tijdelijke terreinen niet wat aan de sector beloofd werd. In 2011 nog besliste deze Vlaamse Regering dat in de provincies Oost- en West-Vlaanderen minstens één gereglementeerde omloop aangewezen moest worden. Maar nog steeds kan men hier geen gereglementeerd terrein aanduiden. Bovendien zal het alsmaar moeilijker worden om de ruimte te vinden om gereglementeerde terreinen te voorzien. Binnen 10 jaar zal er weel minder ruimte voor handen zijn. De sector moet nu dan maar tevreden zijn met de tijdelijke terreinen en de belofte dat de regering er alles aan zal doen om de overblijvende vier terreinen te behouden. Dit zou er nog aan moeten mankeren!!!!
 
De politiek heeft deze sector meer dan tien jaar beloftes gedaan, ook de huidige Vlaamse Regering. En het enige resultaat dat ze geboekt hebben, is dat er nog vier terreinen zijn en dat er vier extra tijdelijke terreinen zullen komen. Men verbergt zicht achter een draagvlak, terwijl men in Nederland wel dergelijke infrastructuur kan voorzien. Ik had gehoopt dat deze Vlaamse Regering, die pretendeert een regering te zijn die moeilijke knopen doorhakt en beslissingen neemt, meer politieke moed en durf zou tonen in dit dossier. Meer politieke moed om deze sector eindelijk iets terug te geven voor al die sportieve successen die deze sport ons al geschonken heeft.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen